Doelgroep SAM Dierondersteunde interactie programma

  1. Kinderen met het syndroom van Down (trisomi 21, mozaik) en aanverwante chromosomale syndromen.
  2. Kinderen met een stoornis in het autistisch spectrum zoals klassiek autisme, Asperger, MCDD, PDD-NOS (eventueel icm ADHD) en kinderen met een stoornis in het autistisch spectrum met een normale of hoge intelligentie (begaafdheid)
  3. Kinderen met bijvoorbeeld het RETT syndroom, Prader-Willi syndroom, Fragile X syndroom, Fetal Alcohol syndroom. Angelman syndroom, syndroom van West, Williams syndroom.
  4. Kinderen met een ontwikkelingsachterstand op basis van een vertraagde spraak-taal ontwikkeling en/of stoornissen op dit gebied zoals bijv. dysfasie, verbale dyspraxie en dysartrie
  5. Kinderen met een ontwikkeling achterstand o.b.v. een verstandelijke beperking. (gedragsmatig en/of emotioneel)
  6. Kinderen met de vastgestelde diagnose ADHD/ADD.

Kinderen met aktieve epilepsie kunnen helaas om veiligheidsredenen niet aan het programma deelnemen. U kunt uw kind wel aanmelden als het minimaal een jaar aanvalsvrij is. In dat geval is er een verklaring van de kinderneuroloog noodzakelijk. Deze verklaring voegt u bij het aanmeldingsformulier.

De Doelen

Tijdens het Dier-ondersteunde interactie programma kunnen wij werken aan de volgende aspecten:

  • Communicatieve vaardigheden
  • (Sociale) interactie en sociale vaardigheden
  • Zelfvertrouwen, eigenwaarde en zelfstandigheid
  • Emotionele stabiliteit
  • Cognitieve vaardigheden en gedragsaspecten, zoals bijvoorbeeld de contactname met anderen, het besef hebben van regels en het herkennen van personen
  • Het versterken van oorzaak en gevolg
  • Het uitbreiden van de concentratie
  • Prikkelregulatie bij zintuiglijke over / onderprikkeling

 

Operante conditionering

Er wordt tijdens de sessie op een gedragsmatige wijze met de kinderen gewerkt door middel van operante conditionering. Operant conditioneren is het bekrachtigen van nieuw gedrag door middel van belonen van de respons. Ongewenst gedrag kan worden afgeleerd door het geven van bijvoorbeeld een time-out, dan wel het negeren van het gedrag.

Naar de sessies vertaald betekent dit dat kinderen nieuw, gewenst gedrag kunnen leren, doordat ze direct zien welke invloed hun gedrag heeft. Het dier is als het ware de beloning voor het goede gedrag, waardoor het kind dit gedrag vaker laat zien.

Belangrijk bij het operant conditioneren is dat de beloning direct op het gewenste gedrag volgt. Als het kind bijvoorbeeld een opdracht aan het dier geeft door het maken van een gebaar, zal het dier hier direct op reageren met de juiste actie. Het kind moet dan wel goed oogcontact met het dier maken en het gebaar goed uitvoeren.